Vier ringen, vierwielaandrijving, vier decennia: 40 jaar quattro

Audi Magazine

Quattro betekent Audi – en Audi betekent vaak ook quattro. Het principe van vierwielaandrijving is al 40 jaar lang een hoeksteen van het merk. Sinds de eerste quattro zijn debuut maakte op het Autosalon van Genève in 1980, bouwde Audi al ruwweg 11 miljoen wagens met quattro vierwielaandrijving. Nu is het tijd voor het volgende hoofdstuk in dit bijzondere succesverhaal, met de onthulling van elektrische vectoriële koppelverdeling.

Vier ringen, vierwielaandrijving, vier decennia
Quattro

Op 40 jaar tijd legde quattro een indrukwekkend parcours af. Tegen het najaar van 2020 stond de teller bij Audi op ongeveer 11 miljoen wagens met vierwielaandrijving. Zo’n 40 procent van het totale aantal wagens dat bij Audi van de band rolt is uitgerust met quattro – in de eerste maanden van 2020 alleen al waren het er bijna een half miljoen. De technologie is verkrijgbaar op elk model, behalve de compacte Audi A1. Alle grote en krachtige motorversies en alle S- en RS-modellen sturen hun pk’s via de vier wielen naar de weg.

quattro aandrijving

40 jaar quattro: de mijlpalen

Toen de Audi quattro voor het eerst te zien was op de Geneva Motor Show van 1980, introduceerde hij een manier om kracht over te brengen die volledig nieuw was voor de wereld van de personenwagens: een vierwielaandrijving die licht, compact, efficiënt en spanningsvrij was. Daardoor was het concept van quattro van bij het begin bijzonder geschikt voor sportieve modellen en massaproductie.

De 147 kW (200 pk) sterke oorspronkelijke quattro bleef tot 1991 deel uitmaken van het productgamma als een standaardmodel en onderging diverse technische herzieningen. In 1984 voegde Audi de exclusieve ‘korte’ Sport quattro met 225 kW (306 pk) toe. In 1986 maakte het manueel vergrendelbare middendifferentieel van bij de lancering van de originele quattro plaats voor het Torsendifferentieel, dat het koppel op variabele wijze kon verdelen.

Het merk bleef zijn quattrotechnologie de daaropvolgende jaren verfijnen. De Audi A6 2.5 TDI, de eerste diesel met permanente vierwielaandrijving, verscheen in 1995. Vervolgens, in 1999, werd de technologie toegepast in de A3 en de TT – dus in het compacte segment. De volgende grote stap kwam in 2005, met het middendifferentieel met asymmetrische, dynamische 40:60 koppelverdeling. In 2007 maakte een viscokoppeling zijn opwachting in de vooras van de Audi R8, een jaar later gevolgd door het sportdifferentieel. In 2016 werd quattro met ultratechnologie aan het gamma toegevoegd en in 2019 kwam daar nog de elektrische vierwielaandrijving bij met de Audi e-tron.

Audi quattro

Innovatie: elektrische vectoriële koppelverdeling

Met de Audi e-tron en de Audi e-tron Sportback trad Audi in 2019 niet alleen toe tot het tijdperk van duurzame elektrische mobiliteit, maar ook tot dat van elektrische vierwielaandrijving. In beide SUV-modellen drijven elektromotoren de voor- en de achteras aan. De sturingen van zowel de ophanging als de aandrijfeenheden werken nauw samen voor een ideale onderlinge koppelverdeling: permanent, volledig variabel en in fracties van seconden.

Vanwege de efficiëntie, gebruiken de elektrische SUV’s in de meeste situaties enkel de achterste elektromotoren. Vraagt de bestuurder toch om meer vermogen? Dan komt de voorste motor onmiddellijk in actie. Dat gebeurt ook voorspellend – vóór wielspin optreedt bij ijzel, in snel genomen bochten of wanneer de wagen onderstuurt of overstuurt. Het resultaat is een extreem precies rijgedrag.

Begin 2020 onthulde Audi de volgende stap in de ontwikkeling van elektrische vierwielaandrijving. In de Audi e-tron S- en e-tron S Sportback gaat het quattro-systeem gepaard met elektrische vectoriële koppelverdeling. Die verdeelt het koppel tussen de achterwielen, die worden aangedreven door verschillende motoren. In enkele milliseconden kan het systeem zeer veel koppel vrijmaken, waardoor u de wagen even energiek in de bocht kunt sturen als een sportwagen. Audi is de eerste constructeur in het premiumsegment die de technologie met drie motoren in massa produceert.

quttro modellen

Mechaniek: de verschillende varianten van quattro vierwielaandrijving

De quattrotechnologie van Audi is veelzijdig en precies aangepast aan het specifieke modelconcept. Wat alle modellen wel gemeenschappelijk hebben, is de manier waarop het systeem samenwerkt met de wielselectieve koppelverdeling, een functie van de elektronische stabiliteitscontrole (ESC) die het rijgedrag op de gripgrens verfijnt door de remmen op het juiste moment zachtjes te activeren.

Er zijn twee technologieën beschikbaar voor modellen met overlangs vooraan ingebouwde motoren, afhankelijk van de transmissie. De permanente vierwielaandrijving quattro, die samenwerkt met de tiptronic automatische versnellingsbak, is opgebouwd rond een puur mechanisch centraal sperdifferentieel. Bij normaal rijden stuurt dit 40 procent van het koppel naar de vooras en 60 procent naar de achteras voor een licht sportieve rijstijl. Indien nodig gaat tot 70 procent naar de vooras of tot 85 procent naar de achterwielen.

Quattro

Daarnaast is er quattro met ultratechnologie, geoptimaliseerd voor efficiëntie en met een dubbele koppeling. Dit systeem wordt toegepast in Audi-modellen met S tronic of met een manuele versnellingsbak en kan indien nodig in een oogwenk overschakelen van voor- naar vierwielaandrijving. De intelligente regeling van de vierwielaandrijving werkt voorspellend dankzij een uitgebreide reeks sensoren en continue analyse van de gegevens over de rijdynamiek, de toestand van de weg en het rijgedrag. Er zijn geen verschillen in trekkracht en rijgedrag in vergelijking met permanente systemen.

Compacte Audi-modellen met dwars ingeplante motoren gebruiken hun eigen quattro-aandrijflijn. De kern ervan is een hydraulische meerschijvenkoppeling die op de achteras is geplaatst voor een betere gewichtsverdeling. In veel modellen gebeurt dit zodanig dynamisch dat de koppeling een deel van het koppel van de voor- naar de achteras stuurt zodra de wagen een bocht aansnijdt. Er wordt ook een meerschijvenkoppeling gebruikt in de R8, een high-performance sportwagen met middenmotor. In dit geval zit de koppeling op de vooras. Indien nodig versluist ze het koppel van de achterwielen naar de voorwielen.

Oude Audi quattro

40 jaar quattro: dominantie in de autosport

Audi nam voor het eerst deel aan het World Rally Championship in 1981 en domineerde het evenement al één seizoen later. Het Audi-team won het constructeurskampioenschap in 1982 en de Finse piloot Hannu Mikkola veroverde de titel voor piloten in 1983. Audi claimde beide titels in 1984, waarbij de Zweed Stig Blomqvist wereldkampioen werd. Dat jaar gaf Audi zijn Sport quattro een kortere wielbasis en in 1985 volgde de Sport quattro S1 met 350 kW (476 pk). In 1987 stuurde Walter Röhrl een speciaal aangepaste S1 naar de overwinning op de Pikes Peak-heuvelklimrace in de Verenigde Staten. Het was de perfecte afsluiter van een reeks opwindende rallyjaren.

Daarna stapte Audi over op toerwagenracen. In 1988 won de constructeur bij zijn eerste poging met de Audi 200 zowel de piloten- als de constructeurskampioenschappen in het US Trans-Am en het jaar erop reed het met duidelijk succes in de IMSA GTO-reeks. In 1990/91 schreef Audi zijn machtige V8 quattro in voor het Deutsche Tourwagenmeisterschaft (DTM) en won het twee rijderskampioenschappen. De Audi A4 quattro Supertouring nam in 1996 deel aan zeven nationale kampioenschappen en won ze allemaal. Twee jaar later verbood de Europese regelgeving vierwielaandrijving bijna volledig voor toerwagenraces.

Quattro

In 2012 trok alweer een vierwielaangedreven Audi – de Audi R18 e-tron quattro met hybride aandrijving – naar het circuit. Een V6 TDI dreef de achterwielen aan terwijl een vliegwielaccumulator gerecupereerde energie gaf aan de twee elektromotoren op de vooras. De auto gebruikte een tijdelijk quattro-systeem bij het optrekken. Hij verzamelde een indrukwekkend racepalmares, met drie algemene overwinningen op de 24 Uur van Le Mans en twee piloten- en constructeurstitels in het World Endurance Championship (WEC).

40 jaar quattro: Vorsprung durch Technik

Het succes van de quattro-modellen op de weg en in de autosport heeft zijn iconische status gevestigd, net zoals een reeks legendarische tv-spotjes en advertentiecampagnes. Zo stuurde professioneel rallypiloot Harald Demuth in 1986 een Audi 100 CS quattro de Kaipola-skischans in Finland op. Circuit- en rallykampioen Mattias Ekström (Zweden) haalde een vergelijkbare krachttoer uit in 2019 met een Audi e-tron quattro met drie elektromotoren. Daarmee wist hij het steilste stuk van de Streif-skipiste in Kitzbühel te bedwingen, met een hellingspercentage van 85 procent.

Dat quattro een icoon is, staat buiten kijf. De naam staat voor veilig rijden en sportiviteit, voor technische expertise en competitieve superioriteit. Met andere woorden: Vorsprung durch Technik.

Misschien bent u ook geïnteresseerd in deze artikels