“De Audi e-tron Sportback verenigt geschiedenis met technologie”

Audi Magazine

Pronkstuk van de Brussels Motor Show 2020? Ongetwijfeld de gloednieuwe Audi e-tron Sportback. Op onze stand kreeg hij een terechte podiumplaats. Het gaat tenslotte om een stukje toptechnologie – en deze Sportback is bovendien een streling voor het oog. Mee verantwoordelijk voor die knappe looks is Senior Exterior Designer Domen Rucigaj. Dat hij trots is op het resultaat, is duidelijk wanneer je hem naast te wagen ziet staan met pretlichtjes in de ogen. Over de details kan hij “gerust uren vertellen”. Tijd voor een gesprek over design en de toekomst van mobiliteit.

Wintertips voor elektrische wagens
2020, een nieuw decennium! Horen daar grootse plannen bij?

2020, een nieuw decennium! Horen daar grootse plannen bij?

De komende tien jaar worden sowieso een interessante periode. De autoindustrie zit in volle transitie, dus dat is best spannend. En in ons team zijn we ook bezig met een aantal totaal nieuwe concepten verder uit te werken. We brengen autodesign naar een volledig nieuw niveau en dat wordt gewoon heel cool. Dus ik heb er heel veel zin in.

Hoezo?

Als ik even kritisch mag zijn voor mezelf: de grote doorbraak is er nog niet geweest, hoe modern de huidige wagens ook zijn. Maar met de elektrificatie en de mogelijkheden die de technologie ons biedt, staan er een aantal echt grote veranderingen op til. Ik voorspel dus een mooie toekomst voor Audi.

Hoe beïnvloedt die shift naar nieuwe vormen van (elektrische) mobiliteit het design?

Er zijn natuurlijk een aantal parameters die veranderen, maar we moeten ook rekening houden met de bestaande context en regelgeving. Dat wordt dus zeker een uitdaging. Onze conceptwagens tonen wat er mogelijk is, maar de ontwikkeling zal ook afhangen van de

Hoe ziet de wagen van de toekomst er volgens jou uit?

Hoe ziet de wagen van de toekomst er volgens jou uit?

De eerste uitdaging is alvast om te proberen ons een beeld te vormen van de autogebruiker van de toekomst. Want ook die evolueert door de digitalisering. De noden van automobilisten zijn aan het veranderen. Autodelen is in opmars: niet iedereen bezit nog zijn eigen wagen. Ook connectiviteit wordt belangrijker. Dat vergt een andere aanpak. Als ontwerper moet je niet één, maar twee generaties verder denken: hoe zal het leven van onze kleinkinderen eruitzien? Hoe zullen ze geld verdienen, zich naar hun werk verplaatsen? Het speelt allemaal een rol.

Laten we autodelen als voorbeeld nemen. In welke zin beïnvloedt dat het ontwerp van een wagen?

Het beïnvloedt het hele gamma van Audi. Tot nu toe is dat behoorlijk uitgebreid, met tientallen modellen in de verschillende reeksen. Bij het ontwerpen lag de focus steeds op hoe we het product verder kunnen verbeteren, welke extra features we nog konden toevoegen, … Nu staan de gebruikers meer en meer centraal. Wat doen ze met de wagen, waarvoor moet hij dienen?

Daarom ontwikkelden we bij Audi onze eigen visie op mobiliteit, met daarin vier conceptwagens. Die vervullen elk een specifieke mobiliteitsbehoefte. Een compacte stadswagen, een wagen voor lange afstanden, een offroader en eentje voor het circuit. Ik voorspel dus een minder grote verscheidenheid van wagens in de toekomst.

Laten we autodelen als voorbeeld nemen. In welke zin beïnvloedt dat het ontwerp van een wagen?

De rol van de designers verander dus ook? Eigenlijk ontwikkel je niet louter wagens, maar denk je mee na over nieuwe vormen van mobiliteit?

Klopt. Die rol is enorm aan het veranderen. Je creëert als het ware mee de toekomst.

Maakt dat het niet moeilijker voor jou? Want dat zijn wel grote veranderingen …

Het is in elk geval uitdagend, het vergt wel wat aanpassingsvermogen. Maar het is vooral heel interessant. Je streeft voortdurend naar evolutie, naar verbetering. En daarom moet je enorm uit je comfortzone treden. Ik vergelijk het graag met nieuwe smaken uitproberen. Als je altijd pizza eet, tja dan proef je alleen pizza. En dan mis je een rijkdom aan andere dingen, zeevruchten bijvoorbeeld (grinnikt). Het is belangrijk om nieuwe dingen uit te proberen – bij te leren, kennis op te slorpen. Welke nieuwe technologieën zijn er? Wat verlangt het publiek? Daar moet je naar op zoek.

Hoe bedoel je?

Over nieuwe technologie gesproken: wat met crossovers, zoals vliegende auto’s? Te gek voor woorden, of is het realistisch om hierover na te denken?

Waarom niet? Ik denk dat het een valabel alternatief kan zijn om je tussen steden te verplaatsen. En de technologie is er, wat mij betreft zijn we er klaar voor. Als designteam zijn we continu bezig met het uitwerken van nieuwe visies en ideeën. We onderzoeken alle mogelijke mobiliteitsplatformen en transportmiddelen. Het is belangrijk dat we voorbereid zijn op het moment waarop de technologie beschikbaar en betaalbaar wordt.

Hoe bedoel je?

Neem nu drones. Die werden oorspronkelijk gebruikt voor militaire toepassingen. Maar nu is de technologie voor iedereen toegankelijk. Je kunt zelfs een speelgoeddrone kopen voor je kinderen. In de autoindustrie is dat net zo. Een paar jaar geleden zag je carbon bijvoorbeeld alleen maar in de Formule 1, omdat het peperduur was. Nu kom je het meer en meer tegen in productiewagens. Ik denk bijvoorbeeld ook aan 3D-printing. Momenteel kost dat zo’n 25,000 euro per wiel. Ziet er cool uit, maar je krijgt het niet verkocht. Maar over vier of vijf jaar, wie weet?

Hoe bedoel je?

Is de prijs van de materialen een belangrijke bepalende factor in het uiteindelijke design?

De belangrijkste, naast wetgeving. Voor wagens die in massaproductie gaan, kun je geen fortuinen vragen. Dus moeten ook de basismaterialen betaalbaar zijn. Voor race- en luxewagens liggen de kaarten anders. Daar kun je je wat meer creatieve vrijheid permitteren wat de materialen betreft – omdat de doelgroep er ook het geld voor over heeft. Uiteindelijk is het de zaak om een goede balans te vinden tussen kosten, technologie en design.

Is het moeilijk om die balans te vinden? Om je inspiratie en ideeën te rijmen met wat mogelijk is in de realiteit?

Dat is natuurlijk waar conceptwagens voor zijn. Om wat buiten de lijntjes te kleuren, en de ogen van de ingenieurs te openen voor nieuwe mogelijkheden. Maar wanneer een wagen in productie gaat, moet je binnen de grenzen van de regelgeving blijven. Die verander je natuurlijk niet zomaar, want uiteindelijk draait het ook om veiligheid van de inzittenden én van de zwakke weggebruikers. Ook dat is een bepalende factor.

Wat kun je doen met design om een wagen veiliger te maken?

Wat kun je doen met design om een wagen veiliger te maken?

Er zijn verschillende zaken. Een belangrijke is de hoogte van de motorkap, die niet onder een bepaalde grens mag gaan. Daarnaast is er de afstand tussen de bumperbalk en de voorruit. Je wilt ten allen koste vermijden dat een voetganger bij een aanrijding op de voorruit belandt, wegens het gevaar voor snijwonden als die breekt. Op die manier is design altijd verbonden met de regelgeving.

Is dat voor elk model anders?

Het verschilt, ja. Zo heeft de Audi RS 6 Avant heel krachtige bumperlijnen. Ziet er heel sportief uit en da’s mooi meegenomen, maar het verhoogt vooral de veiligheid. Want die elementen zorgen ervoor dat in geval van impact de benen worden weggeduwd, zodat je correct op de motorkap belandt. Bij de Audi e-tron Sportback voegden we nog een sensor toe. Raak je die als voetganger? Dan springt automatisch de motorkap omhoog. Dat zorgt ervoor dat je niet op het hardste – en gevaarlijkste – punt van de wagen belandt. Dat is in de hoek waar voorruit, wielkast en motorkap samenkomen. En zo zijn er nog een hoop dingen, die los van design en schoonheid ook een heel specifieke functie hebben – ik kan hier gerust uren over doorgaan (lacht).

Wat kun je doen met design om een wagen veiliger te maken?

Wat beïnvloedt je designs? Waar krijg jij ideeën van?

Ik kijk veel naar vintage wagens. Vroeger deden ze echt hele originele dingen, totaal out-of-the-box, omdat er nog niet zo veel regulering was. Dus dat is zeker interessant om naar terug te kijken. Daarnaast natuurlijk mijn collega-designers en andere ontwerpers, maar evengoed feedback van klanten of vragen van journalisten. Eén enkele goedgekozen vraag kan je volledige perspectief veranderen en je nieuwe ideeën geven. Inspiratie komt echt van overal: reizen, muziek, architectuur, ...

Was er voor de Audi e-tron Sportback een specifieke trigger?

We moesten natuurlijk op één of andere manier duidelijk maken dat het om een model gaat zonder klassieke motor. Dus moesten we het ‘gezicht’ van de wagen wat tweaken. En ook de digitale lichtpartijen wijzen op het elektrische. Maar er zitten evengoed kenmerken in van de eerste generatie van de Audi A7 Sportback, de typische verchroomde coupélijnen en daarnaast ook quattro-elementen – dat is typisch Audi. De Audi e-tron Sportback verenigt als het ware geschiedenis met technologie.

Wat kun je doen met design om een wagen veiliger te maken?

Hoe lang heb je aan de Audi e-tron Sportback gewerkt?

Gemiddeld werk je zo’n vier jaar aan een project. De eerste twee jaar aan de technische ontwikkeling en het design, dan prototypes en een testfase, alvorens we de wagen in de markt lanceren.

Kun je ons wat meer vertellen over het creatieve proces? Hoe gaat het er achter de schermen aan toe?

De eerste briefing komt van de ingenieurs, die de proporties van de wagen voorstellen. Daar gaan we dan met ons designteam – een kleine 40 designers – mee aan de slag. Wat volgt zijn vijf intense weken van schetsen en reviews. Elke designer doet eigenlijk zijn eigen ding: sommigen werken eerst op papier, anderen beginnen meteen met computermodellen. Op het einde van de rit kiezen onze lead designers er hun favoriete designs uit.

Jullie staan dus ook in competitie met elkaar?

Jullie staan dus ook in competitie met elkaar?

Inderdaad. Uiteindelijk blijven er na een aantal reviewrondes twee modellen over, die in klei worden gebouwd. Die kleimodellen moet je eigenlijk zien als een soort conceptwagens: ze zijn volledig gelakt, en hebben bijvoorbeeld ook al lichten, maar je kunt ze niet openen. Die kleimodellen worden dan wereldwijd naar ‘clinics’ gestuurd, waar ze aan ons doelpubliek worden voorgesteld.

Aan potentiële klanten, bedoel je?

Ja, zowel bestaande klanten als prospects. Die kleimodellen worden in de clinics overigens getoond tussen andere concepten uit hetzelfde segment, maar van andere merken. Het gaat er dus behoorlijk competitief aan toe. De feedback die we in de clinics krijgen, nemen we mee om dan uiteindelijk de eerste echte conceptwagens te ontwikkelen.

Jullie staan dus ook in competitie met elkaar?

Wat een toewijding. Je was er dus bij vanaf het prille begin?

Toen ik in het Audi designteam stapte, waren ze net met de e-tron begonnen. Ze zochten eigenlijk iemand met een frisse blik, die het design naar een nog hoger niveau kon tillen. Voor het e-tron concept hebben we dan het omgekeerde singleframe-rooster bedacht. En tijdens de clinics stelden we ook een model met een andere voorkant voor, om al een paar elementen van de Sportback te teasen. De feedback daarop was positief, meteen ook de reden waarom Audi besloten heeft om het Sportback-concept verder uit te werken.

Wat is je favoriete deel van het hele proces?

Dat is een moeilijke vraag. Uiteindelijk is elke wagen waaraan je meewerkt min of meer je kindje. Het groeit met je mee. Het is een combinatie van erbij betrokken te zijn geweest vanaf de allereerste schets op papier, dan de wagen op een motorshow zien en dan op straat. Wat het voor mij écht bijzonder maakt, denk ik, is om zo’n wagen uiteindelijk tot leven te zien komen. Van statisch object naar bewegend door de stad. Dat gevoel is onbeschrijfelijk.